MER opslag gasolie in zoutcavernes voor AkzoNobel/North Sea Group
AkzoNobel wil, in samenwerking met North Sea Group, bestaande ondergrondse zoutcavernes gebruiken voor de opslag van strategische voorraden gasolie. Zoutcavernes zijn grote ondergrondse holtes die zijn ontstaan door winning van zout uit ondergrondse zoutlagen. Een team van twaalf specialisten van Tauw stelt de milieueffectrapportage (m.e.r.) op voor dit project.
In Noord- en Oost-Nederland komt op diverse plaatsen steenzout in de bodem voor. Nabij de productielocatie van AkzoNobel Salt BV in Hengelo wordt zout gewonnen uit de zogenaamde Rötzoutlagen op circa 500 meter diepte. De opslag in zoutcavernes is in eerste instantie een commerciële activiteit voor zowel de korte als de lange termijn. Daarnaast is er een behoefte aan strategische olievoorraden.
De omvang van de cavernes is vergelijkbaar met een fors voetbalstadion. In het winningsgebied bij Hengelo liggen circa 200 cavernes. Voordeel van ondergrondse opslag is dat er geen landschappelijke ingrepen nodig zijn. Bovendien kunnen in verschillende cavernes ook verschillende aardolieproducten worden opgeslagen en biedt ondergrondse opslag voordelen ten aanzien van externe veiligheid.
De opslag van gasolie in zoutcavernes moet ook binnen het bestemmingsplan passen. Op dit project is de rijkscoördinatieregeling van toepassing. Deze regeling is bedoeld om bij energieprojecten van nationaal belang de besluitvorming te stroomlijnen en te versnellen. De locatie van de gasolieopslag in zoutcavernes wordt dan ook vastgelegd in een rijksinpassingsplan: een ruimtelijk besluit dat op rijksniveau wordt genomen. De ministers van EL&I en Infrastructuur & Milieu treden hierbij gezamenlijk op als bevoegd gezag.
Het ruimtelijk besluit over de locatie van de gasolieopslag in zoutcavernes wordt mede gebaseerd op de uitkomsten van het milieueffectrapport (MER). Omdat de totale gasolieopslagcapaciteit groter is dan 200.000 ton is het project m.e.r.-plichtig. AkzoNobel vroeg Tauw de milieueffectrapportage op te stellen en daarnaast delen van de communicatie daarover met het bevoegd gezag te verzorgen.
In het MER beschrijven we de (milieu)effecten van de opslag van gasolie in zoutcavernes voor de aspecten bodem, water, externe veiligheid, verkeer, lucht, geluid, natuur en geologie. Hierbij geven we ook aan of het tijdelijke of permanente effecten zijn. We weken met een team van twaalf specialisten aan dit project waar een flinke tijdsdruk op staat vanwege afspraken met marktpartijen voor opslag van de gasolie.
Marc Pijnenborg, mining engineer bij AkzoNobel Industrial Chemicals geeft aan dat de samenwerking met Tauw hem goed bevalt: ‘De sfeer is ook goed en ze zijn erg flexibel. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat de eerste gasolie volgend jaar de cavernes in gaat’.
Contactpersoon: Rien Prinsen

