Doorlooptijden
Het doel van de nieuwe m.e.r.-regelgeving is om regel- en lastendruk te verlagen. Dit wordt vormgegeven door de doorlooptijden te verkorten. De veranderingen in de doorlooptijden van de procedures zijn als volgt.
Beperkte procedure
De beperkte m.e.r.-procedure heeft in het uiterste geval (wanneer betrokken bestuursorganen en adviseurs niet worden geraadpleegd over reikwijdte en detailniveau en het bevoegd bezag geen advies hierover uitbrengt) een kortere doorlooptijd van 24 weken(!) in vergelijking met de huidige besluitm.e.r.- procedure. Indien wel wordt besloten tot raadpleging over reikwijdte en detailniveau dan is de doorlooptijd 18 weken korter dan de huidige besluitm.e.r.-procedure.
De kortere doorlooptijd is het gevolg van het vervallen van:
- De inspraakperiode in de voorfase (6 weken)
- Het richtlijnenadvies van de Commissie m.e.r. (3 weken)
- Het vaststellen van de richtlijnen door het bevoegd gezag (4 weken)
- De aanvaardbaarheidsbeoordeling van het bevoegd gezag (6 weken)
- het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. (facultatief) (5 weken)
Uitgebreide procedure
De uitgebreide m.e.r.-procedure heeft in het uiterste geval een kortere doorlooptijd van 18 weken in vergelijking met de huidige besluit m.e.r.-procedure.
De kortere doorlooptijd is het gevolg van het vervallen van:
- Het richtlijnenadvies van de Commissie m.e.r. (3 weken)
- Het vaststellen van de richtlijnen door het bevoegd gezag (4 weken)
- De aanvaardbaarheidsbeoordeling van het bevoegd gezag (6 weken)
- De aanvullende reactietermijn van 5 weken voor het toetsingsadvies van de cie m.e.r. na afronden inspraakperiode. Het toetsingsadvies komt nu beschikbaar binnen de wettelijke inspraaktermijn van 6 weken (5 weken)
Ten opzichte van de beperkte procedure zijn de volgende werkstappen aanvullend:
- participatieperiode in de voorfase (6 weken)
- Opstellen en uitbrengen van een advies over reikwijdte en detailniveau, indien de initiatiefnemer niet tegelijkertijd ook het bevoegd gezag is. Dit moet binnen 6 weken na nadat de mededeling over het project is ontvangen (6 weken). In dit geval is proceduretijd 12 weken korter dan de huidige besluitm.e.r.-procedure.
Rol bevoegd gezag
De rol en de sturingsinstrumenten van het bevoegd gezag nemen met de wetswijziging af. De gewijzigde wetgeving heeft de volgende consequenties voor de rol van het bevoegd gezag:
- De verplichte richtlijnenfase komt te vervallen. Het bevoegd gezag hoeft zowel in de beperkte als de uitgebreide procedure geen richtlijnen meer vast te stellen.
- Opstellen en uitbrengen van een advies over reikwijdte en detailniveau, indien de initiatiefnemer niet tegelijkertijd ook het bevoegd gezag is (in uitgebreide procedure). Dit moet binnen 6 weken nadat de mededeling over het project is ontvangen en loopt hiermee parallel aan de ter inzage legging van de stukken. Bij de beperkte m.e.r.-procedure is een advies van bevoegd gezag over de reikwijdte en detailniveau facultatief.
- Verplichte aanvaarding van het MER door het bevoegd gezag komt in beide m.e.r.-procedures te vervallen. Hiermee wordt de procedure verkort met 6 weken.
Rol Commissie m.e.r.
De rol van de Commissie m.e.r. verandert ook als gevolg van de wetswijziging. De wet leidt naar schatting tot ca. 50% vermindering van het aantal verplichte adviezen van de Commissie.
In de uitgebreide m.e.r.-procedure, is een toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. verplicht.
Voor zowel de beperkte als de uitgebreide m.e.r.-procedure is een richtlijnenadvies van de Commissie m.e.r. niet meer verplicht. In de beperkte m.e.r.-procedure is tevens een toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. niet verplicht. Daarmee heeft de Commissie m.e.r. geen verplichte rol meer in de beperkte m.e.r.-procedure.
Zowel de beperkte als de uitgebreide procedure wordt verkort omdat de advisering door de Commissie binnen de wettelijke inspraaktermijn moet gaan plaatsvinden (6 weken). Het meenemen van de inspraakreacties in het (vrijwillige) richtlijnenadvies en/ of het toetsingsadvies door de Commissie komt daarmee dus te vervallen. De Commissie kan op verzoek vrijwillig ingeschakeld worden om te adviseren over de gewenste inhoud van het MER of over de kwaliteit van het MER. Vanaf 1 juli brengt VROM een bijdrage van € 5.000,-- in rekening bij degene die het vrijwillige advies aanvraagt.
Participatie
In de beperkte procedure vervalt de verplichting tot het indienen van zienswijzen. In de beperkte procedure is tevens de raadpleging van wettelijke adviseurs facultatief.
In de voorfase (scopingsproces) van de uitgebreide m.e.r.-procedure is de verplichting opgenomen tot het in de gelegenheid stellen van het indienen van zienswijzen op het voornemen tot het voorbereiden van een plan of besluit. Het bevoegd gezag verantwoordt de wijze van participatie achteraf in het besluit. In de handreiking m.e.r. die over een tijdje verschijnt wordt expliciet opgenomen dat de verantwoordingsverplichting op basis van de moederprocedures in het kader van het m.e.r.-plichtige besluit, bijvoorbeeld de Wro en de Tracéwet, tevens een verantwoording inhoudt voor een bijbehorende m.e.r.-traject.
Aan het participatietraject in de voorfase van de m.e.r. (reikwijdte en detailniveau) zijn geen inhouds- en procedure eisen meer verbonden.

